Kapitalisme en een gezonde aarde gaan niet samen

'De auteur is niet aansprakelijk voor gevoelens van onbehagen of pessimisme die de lezer kunnen overvallen bij het lezen van de eerste hoofdstukken van dit boek.’

 

Niet gespeend van enig cynisme zet Ludo De Witte meteen de toon in ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op.’ Het moet gezegd: middenin het verhaal duiken van de klimaatopwarming, de achtergronden en de manier waarop wereldleiders er (niet) op reageren is harde materie.

Dat geldt net zo goed voor ‘No Time – Verander nu voor het klimaat alles verandert’ van de Amerikaanse journaliste Naomi Klein. Beide boeken gaan uit van dezelfde stelling: kapitalisme en een gezonde aarde gaan niet samen, als we de klimaat- en andere rampen die ons boven het hoofd hangen willen vermijden, moet het kapitalisme op de schop.

Klein en De Witte vullen elkaar daarin perfect aan, De Witte refereert ook meermaals naar Klein. Het verschil zit hem vooral in de reikwijdte van hun publicaties: De Witte houdt het met goed 200 pagina’s bescheiden en richt zijn kritische pijlen vooral op de Belgische context, terwijl Klein andermaal een adembenemend staaltje onderzoeksjournalistiek van meer dan 500 pagina’s aflevert en een bredere blik hanteert die zowat de hele wereld bestrijkt.

En ja, je wordt er meer dan eens ronduit kwaad van, van deze lectuur. Klein schetst hoe sinds de jaren 1990 er een parallelle evolutie heeft plaatsgevonden: door allerlei handelsakkoorden hebben de internationale vrijhandel en de globalisering een hoge vlucht genomen, terwijl wat de zorg voor het klimaat en de aarde betreft we ons sinds de Klimaattop van Rio in 1992 van het ene nietszeggende akkoord naar de volgende geflopte Top hebben gesleept. Reden: het primaat van ons economische systeem, dat drijft op liberalisering, deregulering, verlaging van belastingen en beperking van overheidsingrijpen, terwijl voor het tegengaan van de klimaatopwarming nu net het tegenovergestelde nodig is. Overheden durven niet in te grijpen uit angst dat hen protectionisme of godbetert communisme zal worden verweten, de olie- en gassector is oppermachtig en lobbyt net zo lang tot elke maatregel om de opwarming onder de gevreesde 2° te houden wordt afgezwakt of afgevoerd. Want de dwingende logica van de fossiele-brandstoffenindustrie is onverbiddelijk: elke druppel olie, elke vleug aardgas zal aan de aarde worden onttrokken. Intussen zijn we zover dat alleen nog met risicovolle technologieën olie en gas valt te winnen: diepzeeboringen, olie uit teerzanden waarvan de ontginning vele keren vervuilender is dan die van conventionele olie, schaliegaswinning waarbij grote hoeveelheden van het sterke broeikasgas methaan vrijkomen en die gepaard gaat met enorme watervervuiling.

Zowel Klein als De Witte halen eerder aangereikte oplossingen voor het klimaatprobleem onderuit. Ze geloven niet in groen kapitalisme, wondertechnologieën die de koolstof voor ons uit de lucht zuigen en maximaal inzetten op hernieuwbare energie als dat betekent dat die energie wordt gebruikt om nog meer Mercedessen te produceren. Klein schrijft een bijzonder cynisch hoofdstuk over de Virgin Climate Change van Richard Branson, of hoe opzichtige ‘groene’ initiatieven van grote bedrijven uiteindelijk toch maar één doel dienen, namelijk winst maken.

Beide auteurs klagen het gegeven aan dat er geen verzet en aanzet tot verandering komt uit de hoeken waar die vandaan zouden moeten komen en stellen vast dat overheden zich doorgaans zwak opstellen en niet durven of kunnen ingaan tegen de dwang van economische gegevenheden. De Witte constateert dat socialisten en groenen zich in het heersende economische discours inpassen en ervan uitgaan dat met wat retouches aan het systeem alles in orde komt. Klein heeft het over de groeiende verwevenheid van grote milieu-organisaties en het bedrijfsleven in de VS: organisaties worden ruime donaties aangeboden, zwichten voor het geld en kunnen niet langer ‘luis in de pels’ zijn.

Is er bij dit alles ook nog enige uitkomst? Ludo De Witte ziet die in het ecosocialisme, wat kort gezegd neerkomt op het opnieuw meer macht verwerven van volksbewegingen via het in handen nemen van de zogenaamde commons – goederen die ooit gemeenschappelijk waren zoals de publieke ruimte, gemeenschapsgronden, water, lucht. Zowel De Witte als Klein verdedigen ook de stelling dat de ecologische uitdagingen waar we voor staan geen zaak zijn van de milieubeweging alleen, maar samenhangen met andere kwesties: sociale ongelijkheid, vluchtelingenproblematiek, vrouwenrechten, rechten van inheemse bevolking, en dus ook gezamenlijk moeten worden aangepakt. Klein ziet hoop in ‘Blockadia’, de golf van burgerprotest die je op allerlei plekken in de wereld ziet opduiken wanneer er weer eens ergens een oliepijplijn wordt gepland, wanneer grond of wouden worden vernietigd, wanneer geld wordt gestopt in banken of wapens in plaats van in een schoner milieu.

Wat met persoonlijke gedragsverandering, het aannemen van een duurzamere levensstijl waar heel wat mensen individueel voor kiezen en waar ook de overheid ons maar al te graag toe aanzet, als het tenminste niet betekent dat we minder gaan consumeren? Geen van beide auteurs wijst dit af, anderzijds beschouwen ze het ook als één van de vele vormen van ontkenning: ‘ik hou me met m’n eigen tuintje bezig en aan de rest kan ik toch niks veranderen’.

Voor zover je een wake-up call nodig hebt in deze materie, vind je die zeker in ‘Als de laatste boom geveld is, …’ of in ‘No time’. Mij gaven ze in elk geval een flinke schop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *