Persoonlijk pleidooi voor het basisinkomen

Een basisinkomen is een inkomen dat elke burger/inwoner van de overheid krijgt, ongeacht over welke overige inkomsten of over welk vermogen hij of zij beschikt. Met basisinkomen wordt over het algemeen een onvoorwaardelijk basisinkomen (OBi) bedoeld.’ (Bron:Wikipedia)

 
 

Je werkt en je hebt een inkomen. Of je bent werkloos, ziek, neemt een pauze, hebt onvoldoende bestaansmiddelen en krijgt een uitkering. Zo gaat dat in dit land. Ik werk en ik krijg inkomen noch uitkering. Mijn partner heeft een deeltijds inkomen als werknemer van Villa VanZelf vzw. Dat zal dan wel onze vrije keuze zijn, zeker? Ja en nee. Ik besef het, dit vergt enige toelichting.

Laat me eerst uitleggen wat datgene wat we werk noemen allemaal inhoudt.

  • Samen voeden wij drie kinderen op. Als ik erbij vertel dat het om drie thuiswonende meerderjarigen  – en dus eigenlijk volwassenen – gaat, trek je misschien je wenkbrauwen op en vraag je: ‘Wat valt er op die leeftijd nog op te voeden?’. Ik kan je verzekeren dat de huidige samenleving voor jongvolwassenen complex genoeg is om de coachende steun van ouders voorbij de leeftijd van 18 onmisbaar te maken. Dat dat tijd en energie vergt, krijgt geen erkenning. Het wordt beschouwd als een evidentie van het ouderschap, niet als maatschappelijk waardevolle arbeid die wordt beloond.
  • Samen runnen wij een huishouden van 5 personen, met inbegrip van de ecologische verbouwing van onze woning en de aanleg en het onderhoud van een voedseltuin.
  • Ik studeer enkele uren per dag piano en speel voor publiek in een restaurant.  Mijn partner en ik geven workshops voor Villa VanZelf. Mijn partner verricht ook privé-opdrachten binnen het werkveld van de vzw. Dat alles zorgt voor bescheiden inkomsten.
  • Ik schrijf gedichten en proza. Dat heeft me tot nu toe één keer een literair prijsje opgeleverd. Gepubliceerd raken is een hele opgave en zal misschien nooit lukken.
  • Ik schrijf blogartikels en mailings en onderhoud de website van Villa VanZelf. Dat levert geen rechtstreeks inkomen op.
  • Verder doen wij heel wat vrijwilligerswerk – ik voor Leuven Leest, Transitie Vlaanderen vzw en UZ Gasthuisberg, mijn partner voor Natuurpunt en Permacultuur Magazine – en zijn we actief in de deel- en ruileconomie in onze buurt.

Waarom maken wij deze keuze en gaan we – voorlopig in elk geval – niet voor deeltijdse of voltijdse banen op de reguliere arbeidsmarkt?

  • Dit alles is het werk dat wij, in overeenstemming met onze waarden en vanuit ons hart, op dit moment het liefste willen doen en wat ‘juist’ voelt.
  • Het is ook een manier van leven waar we de voorkeur aan geven boven een door een werkgever voor ons gestructureerde werkdag.
  • We zijn allebei wat je zou kunnen noemen ‘multi-mensen’, en dat strookt niet erg met de arbeidsmarkt. Als we voor één passie kozen, zouden we daarin aan de slag kunnen, maar onze ervaring leert dat het op langere termijn leidt tot overbelasting en een uitgeblust gevoel. Eenzijdige gerichtheid op een carrière of hoofdbezigheid met hobby’s ‘on the side’, het ligt ons niet.
  • We zijn ook allebei behoorlijk nomadisch in onze bezigheden en houden ervan om zonder al te veel rompslomp nieuwe interessegebieden te kunnen exploreren en uitgewoonde interesses los te laten.
  • We kunnen ons niet vinden in het arbeidsethos van een kapitalistische arbeidsmarkt en beschouwen een groot deel van wat daarbinnen als werk wordt aangeboden als vervreemdend en ziekmakend. De finaliteit van de meeste jobs is toenemende economische efficiëntie en winst, ook in de zogenaamde zachtere sectoren. We ervaren dit als fundamenteel onethisch.
  • Willen we vanuit onze interesses en vaardigheden onze eigen job creëren, dan wordt er van ons verwacht dat we een winstgevende en op groei gefocuste onderneming starten en ons aanbod voortdurend promoten en verkopen. We vinden dit demotiverend en slopend.
  • We beschouwen autonomie en gelijkwaardigheid in werkrelaties als cruciaal. In de meeste jobs ontbreken deze in min of meerdere mate.

Het basisinkomen, hoewel als concept voldoende bekend en bepleit door een aantal filosofen en economen, is nergens in de wereld gerealiseerd. Ik geloof ook niet dat het er zit aan te komen. Het basisinkomen vergt een andere visie op de mens en op wat zinvol werk is dan de huidige dominante visie. De mensvisie die samenhangt met het basisinkomen gaat ervan uit dat mensen intrinsiek gemotiveerd zijn, dat ze per definitie willen bijdragen aan de samenleving – hoewel ze mogelijk een ander soort samenleving voor ogen hebben dan hoe die er nu uitziet – en dat ze het best gedijen in een sfeer van autonomie en vertrouwen. Verder impliceert het ook dat elk individu een grote vrijheid verwerft om keuzes te maken en zich in veel mindere mate gedwongen ziet om de eigen tijd te verkopen aan een bedrijf en de waarden van dat bedrijf. Ten slotte geeft het basisinkomen het signaal dat aandacht voor zorg en opvoeding, creatieve en culturele uitingen zo waardevol zijn dat ze het verdienen financieel te worden ondersteund.

De nu nog dominante visie op de mens is dat mensen gemotiveerd worden door externe factoren – vooral dan het geven of onthouden van geld als beloning en het prestige en materieel bezit dat daarmee samenhangt -, dat ze enkel willen bijdragen aan de samenleving als ze daartoe van hogerhand worden aangezet en dat er dwang, controle en doorgedreven efficiëntie-management nodig zijn om hun bijdrage te reguleren. Dit laatste klopt natuurlijk binnen een maatschappelijk systeem dat steunt op de invloed en macht van een minderheid die voor een meerderheid de krijtlijnen uittekent en belet dat de samenleving vorm wordt gegeven door die meerderheid. Het basisinkomen komt er voorlopig niet omdat de kleine economisch en politiek dominante elite die het voor het zeggen heeft, beseft dat de keuze voor het basisinkomen een grondige en onvoorspelbare hertekening van de samenleving zou meebrengen en haar machtsbasis mogelijk zou ondergraven.

Voorlopig kunnen wij – en al wie zich niet langer wil inpassen in dit systeem – niet anders dan roeien met de riemen die er zijn. Hoewel het voor momenten van tevredenheid, vervulling en geluk zorgt, komt het ook neer op vlagen van stress, kopzorgen en twijfel. Gemakkelijk en comfortabel is en wordt het nooit. Eén van de opties wanneer die toeslaan: er nog een keer Carl Rogers in ‘Mens worden’ op nalezen:

‘Voor mij is de innerlijke ervaring de hoogste autoriteit. De meest deugdelijke toetssteen is mijn ervaring. Noch de gedachten van een ander, noch die van mijzelf zijn even gezaghebbend als mijn ervaring. Ik moet steeds opnieuw terugkeren tot mijn ervaring, teneinde een stukje dichter bij de waarheid te komen, zoals die zich in mij vormt bij het proces van mens worden.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *