Imagine! Dringend meer verbeeldingskracht gevraagd.

Onderstaand interview met Rob Hopkins, grondlegger van de transitiebeweging, werd door Villa VanZelf vertaald uit het Engels en bewerkt. Het verscheen oorspronkelijk in het herfstnummer 2018 van ‘Permaculture Works’, een uitgave van de Britse ‘The Permaculture Association’. Orspronkelijke auteur: Sarah Cossom

‘Verbeelding is echt onvoorspelbaar; ze is een beetje ondeugend en een beetje stoutmoedig en ze doet niet echt wat haar verteld wordt te doen.’ – Rob Hopkins

Kan je dit artikel uitlezen zonder te worden afgeleid? Velen van ons lukt het niet. Het lijkt misschien niet zo belangrijk, maar wat als het feit dat onze aandachtsboog om zeep is hetgeen is wat ons ervan weerhoudt om ons een betere toekomst voor te stellen, en die vervolgens ook te creëren?

Rob Hopkins, grondlegger van de transitiebeweging die lokale gemeenschappen empowert om verandering tot stand te brengen, is een waar uithangbord voor verbeelding. Hij is op een missie om ons achter onze beeldschermen vandaan te krijgen, ons onze smartphones te laten wegleggen en weer een beetje te durven dromen.

‘We zijn niet zo fantasierijk als we zouden kunnen zijn en het probleem is dat we in een tijd leven die van ons vergt dat we zo fantasierijk zijn als we maar kunnen, misschien wel meer dan op enig punt eerder in onze geschiedenis.’, zegt hij. ‘We kunnen ons niet op een pagina tekst concentreren zonder om de paar minuten onze telefoon te checken, waardoor we ‘cognitief gehandicapt’ zijn voor de uitdagingen waar we voor staan.’

‘Verbeelding is de enige manier om een uitweg te vinden voor zoiets als klimaatverandering. Naomi Klein (auteur van ‘Nee is niet genoeg’ – noot van de vertaler) heeft aangetoond dat er geen niet-radicale oplossingen meer zijn. Als dat klopt, moeten we dus heel veel verbeeldingskracht inzetten: op de eerste plaats om te bedenken hoe de toekomst er zou kunnen uitzien, maar ook om dat verhaal op een overtuigende manier te vertellen. We moeten de allerbeste verhalenvertellers worden. We moeten iedereen rond ons zo ver krijgen dat ze zich die verbeelde toekomst ook kunnen voorstellen en hem willen’.

Dus hoe worden we geweldige verhalenvertellers? Eén van de mensen die Rob Hopkins heeft geïnterviewd is Martin Shaw, een buitengewoon verteller van mythen en verhalen. Hij onderscheidt drie verschillende types van geheugen die betrekking hebben op het vertellen van verhalen: huidgeheugen (feitelijk, zoals je CV), vleesgeheugen (de hoogten en laagten van je leven) en bloedgeheugen. Bloedgeheugen is wat je instinctief ‘weet’, zoals kuikentjes in een doos het verschil kennen tussen de schaduw van een duif die geen bedreiging voor hen vormt, in tegenstelling tot het werkelijk gevaarlijke silhouet van een overvliegende adelaar, hoewel ze aanvankelijk met geen van beiden enige reële ervaring hebben.

‘Mythe is de manier waarop je verbinding maakt met het bloedgeheugen omdat het gaat om verhalen die al duizenden jaren verteld worden, dus wanneer ik verhalen vertel, houd ik dat altijd in het achterhoofd’, zegt Rob. Hij zoekt ook naar het ‘communitas’-moment bij het vertellen, wanneer mensen op het puntje van hun stoel gaan zitten. ‘Ik had de gewoonte om mijn lezingen in te leiden met 15 minuten grafieken om aan te tonen hoe beroerd we eraan toe zijn en ik zag iedereen dan achterover gaan leunen, maar wanneer je je publiek betrekt in een verhaal op het niveau van het bloedgeheugen, dan heb je ze weer mee. We kunnen mensen betrekken in hoe de toekomst er kan uitzien op een manier die heel feitelijk is, of we kunnen ze meenemen in iets waar ze zich deel van voelen en waar ze zichzelf in zien’, legt Rob uit.

Hij heeft een sabbatical van zijn vaste job genomen om een boek te schrijven over waarom verbeelding zo essentieel is. Een deel van de uitdaging bestaat erin om alle verhalen die hij verzamelt bij experts wereldwijd te bundelen. ‘Wanneer je een boek schrijft over verbeelding kan dat alle kanten op, er zijn letterlijk een miljoen richtingen waarin je kan werken’, vertelt Rob. ‘Hoe kan je dat thema afbakenen zodat het in de praktijk binnen het omslag van een boek past?’ Hij startte met een wenslijstje en ongeveer de helft van de mensen die erop stonden reageerden. Anderen werden toegevoegd naarmate hij research deed, boeken las of naar podcasts luisterde (‘Hurry, Slowly’ is één van zijn favoriete bronnen van kandidaten om te interviewen).

‘Er is geen sluw masterplan, het is eerder een vrij stromend proces’, legt hij uit. ‘Ik heb de neiging om gewoonweg te denken ‘Ik heb echt zin om met deze of gene te praten en deze vraag te stellen’. Eén van die mensen was Robert McFarlane (auteur van verschillende boeken over traag reizen – noot van de vertaler), wie hij hardnekkig maand na maand bleef aanschrijven, een jaar lang, voor de auteur ten slotte toegaf met de boodschap ‘Ik moet je complimenteren met je vasthoudendheid’. Het werd één van zijn beste interviews.

In de huidige samenleving worden er voortdurend aanslagen op de verbeelding gepleegd, niet in het minst door de erosie en de recuperatie van spel: 71 % van de volwassenen zeggen dat ze buiten speelden toen ze jong waren, ten opzichte van maar 21 % van de huidige generatie kinderen. ‘We lopen die ruimte voor ongestructureerd spel mis.’ zegt Rob. ‘Onze kinderen worden tegenwoordig verwacht op hun 4e verjaardag te starten met het aanmaken van hun CV. Er is alsmaar minder tijd voor ongestructureerd spel en het merendeel van het speelgoed dat we onze kinderen aanreiken doet al het verbeeldingswerk voor hen. Met meer en meer nadruk op testen op school is ook daar minder ruimte voor verbeelding.’

Rob verwijst ook naar het verband tussen het stijgende niveau van angst en bezorgdheid en de media die we consumeren. Hij citeert auteur Douglas Rushkoff die ons eraan herinnert dat tot het moment dat we allemaal een smartphone hadden de enige mensen die onmiddellijk werden geacht te reageren op informatiestromen de beantwoorders van noodnummers waren en luchtverkeersleiders, en dat zij in shifts van 3 uur werken.

‘Nu zijn we de hele tijd ‘on’ en wanneer er iets vreselijks gebeurt in de wereld bevindt het zich binnen een paar minuten voor onze ogen’, zegt Rob. ‘We zijn in die ‘voortdurend on’- staat en we slapen ook een stuk minder dan tevoren. Slaap is vitaal voor onze verbeelding, niet alleen om ons de nodige tijd te geven om te dromen, maar ook om onze hippocampus te laten rusten en het korte-termijngeheugen op te schonen zodat er ruimte is voor nieuwe impulsen.’

De hippocampus – de bron van onze verbeelding – ligt rechtstreeks onder vuur van alle kanten. Zelfs een onvolwaardig dieet kan een schadelijk effect hebben. ‘Alles wat onze verbeelding onderuit haalt, spant tegenwoordig samen’, zegt Rob. ‘Ik probeer het allemaal bij elkaar te brengen en duidelijk te maken dat als we een weg vooruit willen schetsen één van de dingen die we nodig hebben een ‘wat als’ – ruimte is, en dat is precies waar het ons op dit moment zo sterk aan ontbreekt. Het is iets waar de transitiebeweging heel mooi voor zorgt en wat permacultuur voor mij deed toen ik ze begon te bestuderen.’

‘Wat als de toekomst niet die is die sensatiebladen ons voorspiegelen en we erin slagen meer fantasierijke oplossingen te bedenken? Wat als steden veel meer in hun eigen voedsel zouden voorzien op het omringende land en de energie die in steden wordt opgewekt eigendom was van de stadsbewoners? Die vragen stellen en onderzoeken is één van de werkelijk krachtige dingen die we kunnen doen.’

Wat is dan Robs oordeel over de huidige staat van onze collectieve verbeelding? ‘Gewantrouwd, gemarginaliseerd, tamelijk getraumatiseerd en met een dringende nood aan enige behoorlijk drastische actie.’, zegt hij. ‘Verbeelding is echt onvoorspelbaar; ze is een beetje ondeugend, een beetje stoutmoedig en ze doet niet echt wat haar verteld wordt om te doen. Verbeelding is als een spier; ze is niet iets wat je verliest. Maar net als een spier moet je ze geregeld gebruiken opdat ze sterk zou zijn en bij meer en meer mensen is dat eenvoudigweg niet het geval’.

Eén van de vragen die Rob gesteld heeft aan iedereen met wie hij voor zijn boek heeft gepraat is:

‘Als jij verkozen was tot eerste minister of president van je land via een platform dat bv. ‘Maak je land weer verbeeldingsrijk’ zou heten, wat zou je dan in de eerste 100 dagen van je ambtstermijn doen?’. ‘Velen leggen de nadruk op onderwijs, omdat dat is waar het allemaal begint’, zegt hij. ‘Kinderen beginnen school te lopen als vaten van wilde fantasie en velen verlaten ze weer met hun verbeelding ergens jammerend in een hoekje. Als we een onderwijssysteem zouden moeten ontwerpen dat als doel heeft de verbeelding van kinderen te verwoesten, dan hebben we nu al in veel opzichten het perfecte systeem geschapen’.

Verbeelding kan ook gelinkt worden aan privilege: als je behoeften aan beschutting, voedsel en fysieke veiligheid niet zijn ingevuld, dan is het moeilijk om met enige hoop naar de toekomst te kijken. Neurowetenschapper Jamie Hanson toonde aan dat mensen die in armoede opgroeien in de VS een hippocampus hebben die 20 % kleiner is dan die van mensen bij wie dat niet het geval is. Het brein is vooral gevoelig voor cortisol (dat aangemaakt wordt bij stress) en wanneer hij overspoeld wordt door cortisal krimpt de hippocampus. Daardoor zijn we minder in staat ons de toekomst voor te stellen en kijken we er met meer angst en minder verbeelding tegenaan. Vandaar is het maar een klein stapje naar een spiraal van angst /meer cortisol. We zien daar alle tekenen van rondom ons.

‘We moeten aandachtig kijken waar zich de ophopingen van cortisol in onze gemeenschappen bevinden en bedenken hoe we die kunnen verminderen.’, zegt Rob. ‘Ik zie dit als één van de sterkste argumenten voor het Universele Basisinkomen. Het neemt die angst, bezorgdheid en stress gedeeltelijk weg.’

Hoewel Rob minder actief is in de transitiebeweging tijdens zijn sabbatical blijft hij heel enthousiast over de toekomst ervan. ‘We zitten nu in het 12e jaar sinds de start en onze oorspronkelijke vraag was ‘Kunnen we iets bedenken wat hier (in Totnes, Devon) zou werken?’, zegt hij. ‘Je hebt nu transitie in 50 landen, er zijn 40 nationale kernen en er zijn transitiegroepen op duizenden plekken die initiatieven beheren gaande van energievoorzieningen in handen van gemeenschappen tot lokale banken en gemeenschappen die hun volledige plaatselijke voedselvoorziening herdenken.’

‘Ik heb nooit gedacht dat het zo’n omvang zou aannemen. En is dat genoeg? Nee, natuurlijk niet. Dingen die verergeren, blijven dat doen. Het is een stukje van de puzzel, maar wel een heel vitaal stukje: een instrument om gemeenschappen bij elkaar te brengen en aan het werk te zetten rond veerkracht. Het is altijd bedoeld als een tijdelijke gereedschapskist om ons van het ene punt naar het andere te brengen.’

‘Ik hoop dat transitie – en we hebben daarin nog een lange weg af te leggen – kan uitgroeien tot een evidentie. Het ‘lekke emmer’-denken (dat de economische, culturele en sociale toekomst van de plek waar je leeft afhangt van het dichten van de lekken in je lokale economie), moet zo alomtegenwoordig worden dat we het haast niet meer hoeven te hebben over transitie; het wordt gewoon deel van het verhaal’.

Ondanks de overweldigende aanwijzingen dat onze collectieve verbeelding zich in een crisis bevindt, is Rob niet van plan om het binnen afzienbare tijd voor bekeken te houden. ‘In de afgelopen 50 jaar hebben we een evolutie gezien naar monoculturen, met fenomenen als Amazon en onze winkelstraten die er overal hetzelfde zijn gaan uitzien’, zegt hij. ‘Maar wat mij de meeste hoop geeft, is wat er gebeurt als je dat de rug toekeert en de andere kant opgaat. Je ziet dat bv. in de trend van ambachtelijke bieren: hoe meer verbeelding je hebt, des te meer succes heb je.’

Rob is hiervan getuige geweest in zijn eigen buurt in Totnes, waar recent de eerste nieuwe brouwerij sinds 100 jaar werd geopend. Lokale brouwers en restauranthouders vroegen zich af of ze met erwtenmeel konden brouwen en of je bier kan maken van spelt. ‘Wanneer je de andere kant opgaat, ontstaat er een spervuur van ‘wat als’-vragen en creëer je momentum omdat je je verbeelding toestaat helemaal los te gaan.’, zegt Rob. ‘Dat is waar ik zo van hou, ik krijg nog altijd kippenvel wanneer ik dat zie gebeuren.’

In Vlaanderen vind je de transitiebeweging hier.

De vermelde podcast: Hurryslowly.co

Rob Hopkins op Twitter: @robintransition

Bron afbeelding: transitionnetwork.org

in

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *