De verwarmingsdilemma’s opgelost

Het heeft ons veel hoofdbrekens bezorgd om uit te vissen hoe we ons huis het best konden verwarmen. In onze eerste woning hadden we centrale verwarming op gas en dat was een moeizaam verhaal. Soms werkte het niet, letterlijk: de gasketel gaf het geregeld op. Maar ook figuurlijk: we kregen het nooit echt aangenaam warm in het stadshuis met de hemelhoge plafonds. Toen we verhuisden naar een boswachtershuis ging de keuze tamelijk evident uit naar houtkachels. Het extra werk van aanslepen, klieven, stapelen, houtmanden vullen en houtjes hakken namen we er graag bij. De warmte was aangenaam en rustgevend. We namen de kachels mee naar onze huidige ‘Villa’ en ook dat bleek een goeie keuze. Maar ...

 

De hoofdbrekens ontstonden toen we besloten om het huis gedeeltelijk te renoveren. In hoeverre moesten we rekening houden met volgende bewoners? Welke nieuwe verwarmingstechnieken bestonden er intussen en hoe waren die te implementeren? En waren de installatiekosten van die technieken in verhouding tot het extra voordeel dat ze zouden opleveren? We namen warmtepompen, centrale verwarming op gas en vloerverwarming in overweging, we zochten manieren om gas, hout, elektriciteit en zonnewarmte te combineren. Gemakkelijke oplossingen vonden we niet, alle opties bleken duur en complex en vergden veel breekwerk. Ze waren ook stuk voor stuk high tech, waarvan we al meermaals ervaren hadden dat alles prima loopt tot er iets begint te haperen en de miserie begint. Bovendien leken alle onderzochte systemen weinig modulair: onze gezinssituatie ging onvermijdelijk veranderen, waardoor sommige ruimtes andere verwarmingsbehoeften zouden hebben. Sommige ruimtes hoefden maar kort verwarmd te worden en weer andere wilden we onverwarmd houden. We kozen uiteindelijk voor een combinatie van verwarming op hout en op elektriciteit, op gas voor het koken en op de combinatie van zonnewarmte en gas voor warm water.

Koken kost heel weinig energie. Daarvoor gebruiken we sinds onze verhuis een gasflessensysteem dat prima voldoet, hoewel we de optie openhouden om op termijn een kleine leemkachel te bouwen om ‘s winters te koken.

De combinatie zonnewarmte en gas voor warm water is helaas een mooi voorbeeld van faalgevoelige hightech: de zonnepanelen deden perfect hun werk, tot ergens een lek ontstond dat voorlopig geen enkele specialist lijkt te kunnen oplossen.

Voor de verwarming kozen we voor elektrische warmtepanelen in ruimtes die sporadisch of erg wisselend gebruikt worden. Maar we bleven bij hout voor de meest geleefde ruimtes. In de keuken staat een kleine tegelkachel, in de woonkamer hebben we recent een grote leemkachel laten bouwen die de dubbele woonkamer opwarmt en ook de twee kamers erboven genoeg warmte doorgeeft om er aangenaam in te kunnen werken.

Wat heel anders is aan een leemkachel ten opzichte van een reguliere houtkachel is dat die letterlijk een hoge massa heeft. De bescheiden kachel in de keuken weegt een halve ton en is gemaakt van beton met keramische tegels aan de buitenkant. De grote kachel in de woonkamer weegt bijna 3 ton en bestaat uit vuurvaste stenen, leemstenen en een leembezetting. De massa accumuleert de warmte van de rookgassen en geeft die langzaam aan de ruimte af. Bij een gewone houtkachel gaat al die warmte verloren in de schouw. De houtverbranding in de leemkachel is bovendien superefficiënt. Door een doorgedreven isolatie van de stookkamer en een uitgekiende luchttoevoer verbrandt het hout op heel hoge temperatuur, waardoor de calorieën in het hout maximaal in warmte worden omgezet, die zoals gezegd in de massa van de kachel wordt opgeslagen. Het vergt wel een andere manier van stoken. In plaats van een langzaam brandend vuurtje in een reguliere kachel maak je een hoogoplaaiend, snelbrandend vuur dat in pakweg anderhalf uur alles opbrandt en dan uitgaat. De warmte ervan wordt door de leem heel langzaam afgegeven gedurende ruim een etmaal. Eén stookbeurt per dag is voldoende. De volgende ochtend kom je dus niet in een kille woonkamer terecht.

Je kan de verbranding nog optimaliseren door omgekeerd te stoken: dat betekent dat je een houtstapeltje in de stookruimte bouwt van groot onderaan naar klein bovenaan. Helemaal boven leg je een aanmaakblokje met wat aanmaakhout erbovenop en dat steek je aan. Op die manier creëer je bovenaan hitte, waardoor rookgassen die lager ontstaan toch nog kunnen ontbranden. Onze kachel kan 13 kg per stookbeurt aan, maar tot nu toe stoken we met slechts 6 tot 8 kg. Stoken met hout kreeg de laatste jaren negatieve aandacht vanwege de uitstoot van fijn stof. Bovendien is de druk op onze bossen hoog en is het maar de vraag of bomen snel genoeg groeien om een eventueel stijgende vraag naar brandhout aan te kunnen, waardoor hout nog bezwaarlijk als hernieuwbare grondstof beschouwd kan worden. Beide problematieken maken efficiënt stoken een vereiste. De leemkachel doet dat, en hij is ook nog eens bijna volledig gemaakt van lokaal geoogste leem en zand.

Met grote opluchting ervaren we deze winter hoezeer we de juiste keuze hebben gemaakt. De kachel is behalve een heerlijke warmtebron ook een indrukwekkend en mooi element in de kamer. Met de nodige kussens erbij is de bank een leuke plek om te gaan zitten, al wordt ze minder warm dan we dachten. Dat komt omdat het eerste deel van de kachel zodanig efficiënt is dat die de meeste warmte voor zich neemt. Een groot probleem is dat niet. De finishing touch moeten we nog uitvoeren: een glanspleister op de kachel aanbrengen zodat hij nog mooier glanst en vooral ook geen kleideeltjes meer afgeeft op onze kleren. Na een stookbeurt kunnen we in de brandkamer pizza of brood bakken, pittenkussens opwarmen of pompoentjes in de schil laten garen. Gezelligheid ten top!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.