‘We eten ons dood’ – Louis De Jaeger

Dat hij dingen in beweging weet te brengen is het minste wat je over Louis De Jaeger kan zeggen. Goeie kans dat je al gehoord hebt van het burgerinitiatief Byebye Grass dat hij enkele jaren terug oprichtte en dat liefst alle nette Vlaamse gazonnetjes - Louis noemt ze nutteloze groene woestijnen - wil omtoveren tot bloemenweides of beplanten met struiken en bomen. Met zijn landschapsarchitectenbureau Commensalist doet hij aan Future Proof Landscape Design en hij is één van de 'Zeronaut'-bloggers op Mo Magazine. Ooit was zijn grootste droom om boer te worden en ook al heeft hij die nog niet verwezenlijkt, zijn intense zoektocht naar wat er mis is met onze landbouw en hoe het beter kan, heeft hem en ons alvast een boek opgeleverd.

Het eerste deel van ‘We eten ons dood’ brengt het relaas van een reis van een jaar door de Verenigde Staten die de nog piepjonge Louis De Jaeger met zijn vriendin maakt. De interesse in voedsel kweken die in zijn tienerjaren ontstond, krijgt hier nieuwe impulsen. Hij komt tot de ontnuchterende vaststelling dat de biologische groenten en fruit die op marktjes langs de kant van de wegen worden verkocht zijn budget ruim overstijgen, leert via ontmoetingen met mensen als Elaine Ingham (SoilFoodWeb) en David Montgomery (‘Growing a Revolution’) over het belang van een gezonde bodem en de negatieve impact van voortdurend ploegen en bemesten en hoort voor het eerst het woord ‘permacultuur’. Hoewel dit inleidende deel best wel onderhoudend leest, blijf je wanneer je al wat meer over de materie af weet een beetje op je honger zitten.

Dat wordt goedgemaakt in deel 2 ‘Wat moet er veranderen in de landbouw’ en deel 3 ‘De oplossingen’. Louis De Jaeger hanteert hier een format dat het altijd goed doet in informatieve boeken: stel je op als de weetgierige leek met een vragenlijstje, zoek een heleboel interessante mensen op, vraag ze het hemd van het lijf, breng verslag uit en ontpop je gaandeweg zelf tot deskundige. Interessant is dat hij zijn gesprekspartners heel breed kiest: van academici tot bioboeren, van kwekers met stallen vol dieren die nooit in de buitenlucht komen tot een manager van Bayer-Monsanto. Wat hem siert: hij vertrekt weliswaar naar elk gesprek met zijn eigen set waarden en (voor)oordelen, maar probeert ook telkens in de mindset en het verhaal van de ander te komen en is bereid om z’n eigen visie bij te stellen. Zo komt hij los van de idee dat het allemaal gaat over de kwestie bio versus niet-bio en krijgt hij een beter totaalzicht. Onze landbouw is in verschillende bedjes ziek: het gaat niet alleen over een bodemprobleem, maar ook over een mestprobleem, een waterprobleem en een pesticidenprobleem.  Fenomenen waarvan we denken dat ze zich vooral ver van ons bed afspelen, zoals verzilting en verwoestijning, doen zich ook bij ons in toenemende mate voor. 

Wat Louis nog vaststelt in zijn zoektocht naar antwoorden: wie ook maar durft te suggereren om de dingen anders aan te pakken dan in de conventionele landbouw – met z’n welbekende monoculturen, telkens weer ploegen, bemesten en sproeien – wordt al gauw weggezet met de kritische vraag ‘gaan we zo dan de wereld voeden?’. Daarbij worden blindevleksgewijs een aantal dingen uit het oog verloren: bv. dat de conventionele landbouw ook helemaal niet de wereld voedt, dat werken aan een betere bodem op termijn voor een veel hogere productiviteit kan zorgen en een buffer tegen oogstverliezen vormt bij meer extreme weersomstandigheden, dat minder of geen pesticiden gebruiken sterk kostenbesparend is, dat meer dan de helft van de landbouwoppervlakte (in Vlaanderen 60%) in beslag wordt genomen door voedergewassen voor dieren. Als je het zo ‘ns bekijkt, zie je minstens ruimte voor verandering. 

Het lijkt erop dat zich – net als voor de aanpak van het klimaatprobleem – twee grote tendenzen aftekenen. Eén mogelijkheid is om nog meer dan nu al het geval is de hoogtechnologische kant op te gaan van beheersing, monitoring en ingrijpen in natuurlijke processen – de man van Bayer-Monsanto heeft het over precision farming – terwijl het alternatief erin bestaat maximaal in te zetten op samenwerking met de natuur, onder de vorm van bodemzorg, beter watermanagement, mozaïeklandbouw, voedselbossen, polyculturen, het kweken van meerjarige gewassen enz. Het moge duidelijk zijn dat Louis De Jaeger voluit voor optie 2 gaat. In de loop van zijn onderzoek kristalliseert ook zijn houding ten opzichte van pesticiden uit: ByeBye Pesticides is geboren.

‘We eten ons dood’ leest als een eerlijk boek van een gepassioneerd mens. Bij de titel heb ik een beetje bedenkingen: moet het zo negatief? Is dit de manier waarop je mensen aan boord krijgt? Of zit hier een redacteur achter die gepusht heeft voor een sensationele titel? Gelukkig is er de positievere ondertitel: ‘Hoe we met onze landbouw de wereld kunnen redden’. De eindredactie mocht nog wat nauwgezetter: zeker naar het einde van het boek toe gebeurt het net iets te vaak dat er een woord op een foute plek staat of een zin hapert. Dat neemt niet weg dat  Louis De Jaeger meeslepend kan vertellen. Hij schroomt ook niet om de gevoelens die opkomen naar aanleiding van gesprekken – woede, verdriet, frustratie – met de lezer te delen. Geregeld duikt er een ‘what the fuck’ / ‘zum Kotzen’ / of ‘het is naar de kloten’ op. Verfrissende lectuur waarbij je je alvast niet zal vervelen dus. En als het goed zit, word je ook uit je luie stoel getrokken: wat kan jij doen in de strijd voor gezonder voedsel en duurzamer landbouwtechnieken? 

Webpagina van Louis De Jaeger

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.