‘Te groot om ons voor te stellen’ – Amitav Ghosh

Amitav Ghosh ken je misschien als fictie-auteur van romans als ‘Het hongerig getij’ en ‘Het glazen paleis’, maar hij schrijft ook non-fictie over thema’s als kolonialisme en klimaatverandering. Recent kwam ‘Te groot om ons voor te stellen’ uit, de vertaling van ‘The Great Derangement’ (2016). De centrale vraag van het boek is: waarom is klimaatverandering zo’n marginaal thema in de literatuur en de kunsten in het algemeen? Waarom worden er nauwelijks romans aan gewijd, terwijl het toch in ieders bewustzijn zo aanwezig is? Het is een wat ongebruikelijke en zijdelingse insteek in het klimaatdebat, maar voor een romanschrijver dan weer helemaal niet zo verrassend.

Gosh beantwoordt zijn eigen vraag door te verwijzen naar het ontstaan en de evolutie van de moderne roman. Die markeerde de overgang van literaire genres waarin ongeloofwaardige dingen, grote en schokkende gebeurtenissen en zelfs fantasiewezens een grote rol speelden naar de intrede van het alledaagse, de voorspelbaarheid en regelmaat van het burgerleven. In plaats van een epische verteltrand kwam het belang van individuele karaktertekening. En er gebeuren nog altijd wel ‘grote’ dingen in romans, maar ze worden ingebed in een grote hoeveelheid ‘vulsel’. De enorme krachten van klimaatverandering die zich over hele grote afstanden en in lange tijdspannes manifesteren gaan in tegen de gebruiken van de moderne roman, waarin net korte periodes en beperkte ruimtes worden afgebakend en het nooit over extreme krachten of verschijnselen gaat. Dat is wel het geval in science fiction, maar deze wordt vaak niet beschouwd als deel uitmakend van de ‘echte’ literatuur. Bovendien houdt science fiction zich doorgaans niet bezig met onze wereld, maar met andere tijdvakken, dimensies en werelden. Klimaatverandering gaat ook sterk over wat het individuele overstijgt, maar het collectieve behoort nauwelijks nog tot de focus van de moderne roman.

De moderne auteur moet bovendien heel erg opletten om niet de kritiek te krijgen dat wat hij schrijft te onwaarschijnlijk is. Ghosh haalt in dat verband een persoonlijke ervaring aan. Hij maakte in 1978 in New Delhi een tornado mee, wat een totaal onvoorspelbaar en hoogst onwaarschijnlijk fenomeen was op die plek en op dat moment. De gebeurtenis markeerde hem sterk, maar het lukte hem later nooit om ze een plaats te geven in één van zijn romans. Het leek alsof het te onwaarschijnlijk was, hij was bang ongeloofwaardigheid te worden verweten.

Onze verknochtheid aan voorspelbaarheid maakt dat onze verbeelding de klimaatopwarming niet kan volgen, dat we haast weigeren te geloven dat extreme weersfenomenen mogelijk zijn. Via de opkomst van de statistische wetenschap kwam er een alsmaar grotere rationalisatie van het leven. Risicoberekeningen berusten grotendeels op de mate van waarschijnlijkheid van gebeurtenissen. We zijn sterk gewend geraakt aan die manier van denken, waardoor de huidige verschijnselen niet passen in onze burgerlijke wereldvisie en in de moderne literatuur.

In de klimaatveranderingen zit voor ons ook een extra bevreemdend element, iets wat Amitav Ghosh ‘unheimlich’ noemt, namelijk dat we ons opnieuw bewust moeten worden van de aanwezigheid van en de interactie met niet-menselijke gesprekspartners. Klimaatverandering daagt de idee van de Verlichting uit dat intelligentie, bewustzijn en handelingsbekwaamheid alleen voorbehouden zijn aan de mens. Meer en meer kunnen we niet anders dan vaststellen dat de aarde en de natuur in de manier waarop ze reageren op ons menselijk ingrijpen een eigen oncontroleerbare wil lijken te vertonen. In vroeger tijden verhielden mensen zich nog met respect en een voorzichtig ontzag voor de omringende natuur, bijvoorbeeld voor de nabijheid van grote watermassa’s. Sinds de koloniale tijd wordt er meer en meer vlakbij oceanen gebouwd en is wonen met uitzicht op de oceaan een symbool van macht en status geworden. Denk maar aan plekken als New York, Mumbai, Singapore …   Ook het feit dat interactie met niet-menselijke natuur langs non-verbale weg verloopt, via aanvoelen en beelden, maakt het moeilijker om er uitdrukkingsvormen voor te vinden in onze uitermate talige cultuur. Dat geeft een nieuw gevoel van onzekerheid en dreiging.

‘Te groot om ons voor te stellen’ is opgedeeld in drie grote delen: Verhalen / Geschiedenis / Politiek. Het gaat over veel meer dan de manier waarop klimaatverandering (g)een thema is in kunst en literatuur. De auteur maakt interessante uitstappen naar de geschiedenis en de politiek van het Aziatische subcontinent. In het hoofdstuk over geschiedenis toont hij aan dat klimaatverandering niet alleen een evidente link heeft met kapitalisme, maar ook met kolonialisme en imperialisme, en dat die laatste twee vaak over het hoofd worden gezien. Hij beantwoordt pertinente vragen als: waarom gebeurde de ontwikkeling van dit deel van de wereld zo laat? Waarom werd het concept van moderniteit telkens weer gezien als een westers fenomeen, terwijl de ontwikkelingen in wetenschap, wiskunde, filosofie en biologie in de pre-industriële tijd en het begin van de moderne tijd tamelijk gelijklopend waren in het westen en in Azië? 1000 jaar geleden al werd er bijvoorbeeld in China steenkool gebruikt, en de ontwikkeling van de aardolie-industrie kwam het eerst op gang in Birma in de eerste helft van de 19e eeuw.

Ghosh wijst erop dat door deze historische component de perceptie van westerse landen en landen uit het globale Zuiden in klimaatdebatten totaal verschillend is. Terwijl het westen de kwestie eerder behandelt als een praktisch probleem dat via technologische en ambtelijke weg moet worden opgelost, weegt voor Aziatische en ook Afrikaanse staten het gewicht van het koloniale verleden en de daarmee gepaard gaande onderdrukking heel sterk door. Zij zien het klimaatprobleem onlosmakelijk verbonden met de vraag om rechtvaardigheid en compensatie voor de ontwikkeling die zij pas veel later hebben kunnen starten en die nog niet voltooid is. De auteur is in dit opzicht ook kritisch en wijst erop dat de Aziatische landen het niet kunnen maken om zich enkel als slachtoffer op te stellen. Door de ontwikkeling die ze sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw hebben doorgemaakt, hebben ook zij een doorslaggevende bijdrage aan de klimaatopwarming geleverd. De eis van rechtvaardigheid van de Aziatische landen, namelijk dat zij net zo veel recht hebben op de welvaart die door de koolstofeconomie gecreëerd wordt en die hen lange tijd is ontzegd door de hegemonie van het westen, is tegelijk een vorm van waanzin, omdat het precies door die welvaart is dat we op de ondergang afstevenen. Het is fysiek onmogelijk om iedereen het westerse welvaartspeil te bieden en tegelijk een leefbare planeet te behouden.

In het laatste deel van ‘Te groot om ons voor te stellen’, over politiek, beschrijft de auteur hoe klimaatverandering een enorme uitdaging vormt voor wat misschien wel het belangrijkste concept van de moderne tijd is, namelijk het idee van vrijheid, dat ook in kunst en literatuur centraal staat. Hij heeft het over de manier waarop binnen de politiek vaak wordt aangekeken tegen klimaatverstoring, namelijk dat de maatregelen die worden genomen om ze tegen te gaan onze vrijheid en onze vertrouwde manier van leven vooral intact moeten laten. Hij klinkt scherpt wanneer hij stelt dat politici in deze tijd eerder aan wat hij noemt ‘expressivisme’ doen dan aan politiek voor het algemeen belang. Net als binnen de literatuur staat het ‘individueel moreel avontuur’ – een benaming ontleend aan John Updike – voorop. Ook authenticiteit en zelfreflectie, zich ‘aan de juiste kant van de geschiedenis bevinden’ zijn uiterst belangrijk.

Toch ziet Ghosh ook positieve signalen, bijvoorbeeld in de tussentijdse zeges die hier en daar door activisten worden bereikt. Hij vestigt zijn hoop op burgerbewegingen en op een groeiend bewustzijn over de klimaatproblematiek binnen religieuze bewegingen van allerlei strekking. Interessant is de inhoudelijke vergelijking die hij maakt tussen het droge en uiterst zakelijke Klimaatakkoord van Parijs en de pauselijke encycliek Laudato Si, over de beschermwaardigheid van de aarde en het milieu.

‘Te groot om ons voor te stellen’ vult de stapel non-fictie over het klimaat aan met een intellectueel prikkelende niet-westerse stem. Intussen verscheen van Amitav Ghosh nog een ander klimaatboek, ‘The Nutmeg’s Curse – Parables for a Planet in Crisis’. De Nederlandse vertaling daarvan zal verschijnen in februari 2023.

‘Te groot om ons voor te stellen – De klimaatcrisis en onze verbeelding’ / Amitav Ghosh, Uitgeverij Epo, 2022

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.