Saar van den Berg volgde in de covid-periode een jaaropleiding over bomen. Enkele jaren later mag ze zich de trotse eigenares noemen van een prachtige perenboomgaard in de glooiende heuvels van het Hageland. Het project werd S-Poire gedoopt en integreert intussen behalve peren ook kersen, bessen en kastanjes. Met gepassioneerde inzet en in verbinding met de buurt zoekt Saar hoe een bescheiden verdienmodel op te bouwen en tegelijk haar waarden uit te dragen.
Liefde op het eerste gezicht
‘De bomenopleiding die ik volgde was heel divers: van soortenkennis en materialen tot verhalen en boswandelingen. Een weekend per maand met telkens andere lesgevers, in het Frans, in Waals-Brabant. Ik voelde me enorm gemotiveerd door de groep, voornamelijk vrouwen met heel diverse profielen. Er was een sjamaan bij, een kunstenares, een dokter, een jonge danseres … Toen het afgelopen was, bedacht ik hoe fijn het zou zijn om een eigen terrein te hebben en zelf iets op te starten over bomen. We hebben wel een grote tuin achter ons stadshuis in Leuven, maar ik ben het toch verderop gaan zoeken, in Sint-Pieters-Rode.
Aanknopingspunt was Marc, de oom van mijn partner Koen, die er woont. Op zijn advies ben ik gaan aanbellen bij Jef, bijgenaamd Jef Peer, bekend met iedereen en alles in de buurt. Ik vroeg hem om advies over grond en hij zei: ‘Ik heb hier een oude perenboomgaard die ik verkoop, ben je geïnteresseerd?’ We gingen kijken en het was liefde op het eerste gezicht: een prachtig terrein, op een helling, al enkele jaren niet bewerkt dus de perenbomen stonden er wild en knoestig bij, overdekt met mos. Helemaal zoals de boomgaardschilderijen van Van Gogh. Ik heb meteen gezegd dat ik geïnteresseerd was, maar dat ik bedenktijd nodig had. Een stuk grond van meer dan 2 ha met 1600 perelaars erop, dat was groter dan ik ooit had gedacht. Bovendien had ik het geld niet, maar ik was verliefd op de plek en wilde ervoor gaan.
Ik vroeg mijn ouders om financieel bij te springen. Mijn vader gaat het vast tof vinden, dacht ik. Hij komt uit een Nederlandse landbouwersfamilie, ze hadden een zaadveredelingsbedrijf voor kasgroenten. Maar hij vond het niet tof. Zijn bezwaar was dat het niks zou opbrengen. Het is mijn moeder die me ten slotte geholpen heeft. Begin 2023 was de koop rond.’
Een winter lang snoeien
‘Bij zo’n officiële koop moet je maanden wachten, dus in de tussentijd maakte ik kennis met de buurt en observeerde ik veel in de boomgaard. Wat er allemaal groeide, hoe het zat met aangrenzende akkers en bosjes. Beneden grenst de boomgaard aan de zogenaamde droge beek, een natuurlijke beek waarlangs overtollig water wegstroomt, maar waar in Lubbeek nog rioolwater in geloosd wordt. Bovenaan is een graft, een soort heuveltje waarop een boskant staat en waar kwelwater is, water dat blijft staan op de helling en dan verzamelt en in de winter naar boven komt. Dus eigenlijk is het natste punt bovenaan, een beetje vreemd. Verder grenst er een bosperceel aan.
In de zomer voor de koop dacht ik na over een plan, maar toen moest alles zich nog ontwikkelen. En eigenlijk is er nog steeds geen plan (lacht). Het idee was om het eerste jaar alleen te observeren en het terrein te leren kennen. De bomen zijn laagstam, geënt op kweepeeronderstam, telkens twee rijen Conference en dan een rij Doyenné. De Doyenné hebben echt dikke stammen en zijn toch wel 4 à 5 m hoog. Heel af en toe staat er een Durondeau tussen.
Al gauw kriebelde het om meer te doen dan alleen verkennen. Uiteindelijk heb ik de hele winter na de koop gesnoeid. Daar kijk ik met verwondering en trots op terug. Ik had toen onbetaalde loopbaanonderbreking en dus veel tijd. Elke dag fietste ik de 12 à 13 km naar de boomgaard. Januari tot maart, dat zijn ideale maanden om te snoeien. Ik begon vol goeie moed en ben ongeveer 1/3 ver geraakt. Gelukkig mocht ik de polssparende snoeischaar op batterijen van Jef gebruiken. Daardoor ontmoette ik hem elke keer, en ook de mensen die bij hem op de borrel kwamen, een prima manier om buurtbewoners te leren kennen. Ik denk dat Jef het wel knap vond dat ik er elke dag weer stond. Zelf was hij op pensioen. Na de eerste Oekraïene-crisis was de export van peren – voornamelijk Conference – naar Rusland stilgevallen en daar bovenop kwam een stijging van de energieprijzen. Waardoor hij wellicht heeft gedacht: het hoeft voor mij niet meer, ik verdien er niks aan. Ik denk dat Jef graag wilde dat ik iets deed met de boomgaard. In de ogen van traditionele boeren was die een wild stuk grond geworden.’
Kennis maken
Het was een bijzondere tijd bij de stille winterse perenbomen. Ik was er hele dagen alleen, op de middag at ik mijn lunch op de grond. Ik zag er muizen en andere knaagdieren, ook hazen en reetjes. Een keer kwam er een vos langs toen ik lag uit te rusten. Geweldig was dat! Iets minder geweldig was de kennismaking met de buren aan de noordkant: een grote boer die ook machines verhuurt en dagloners tewerkstelt. Terwijl ik aan het snoeien was, kwam hij zijn land bewerken met een enorme ploeg, zo’n gevaarte van wel acht meter lang achter een gigantische tractor. Hij reed achteruit en maaide zomaar twee bomen omver. Ik loop naar hem toe, hij zit bovenin die tractor. Hé hallo, ik ben hier, zie je mij? Ja, ik zie je. Trapje op om bij die – euh hoe heet dat? – cockpit te komen. Zegt die man: och ja. Voor hem was het een futiliteit, zo’n stelletje oude bomen. Daarop hebben we beslist om de noordgrens duidelijk te markeren met twee takkenrillen op de cruciale hoeken. We kregen heel veel hulp van vrienden en kennissen om ze te bouwen van al het voorradige snoeihout.
Een aantal bomen moesten er ook gewoon uit, ze waren te oud. Alle bomen hadden in het begin dezelfde leeftijd, dat is een monocultuur en op termijn geen vruchtbaar systeem. Het was nodig om voor meer diversiteit te zorgen. Maar ik heb echt gehuild toen er bomen omgezaagd werden en ik vind dat nog steeds heel moeilijk. Anderzijds kan ik me verzoenen met de kringloop van leven en dood, en het helpt dat bijna al het hout ter plaatse gebleven is. Snoeihout wordt verhakseld en het haksel wordt rond de nieuwe aanplant gestrooid. Enkele stukken gaan naar houtbewerkers uit de buurt: een instrumentenmaker die fluiten maakt van perenhout, een andere buurman draait kommen. Dat vind ik een mooi tweede leven.
Maaien en de eerste pluk
‘En toen moest er gemaaid worden. De zomer van 2023 was er een met heftige groei van kruid en gras (lacht). Ik kon Koen niet zien lopen, zo hoog groeide het. Ik wilde graag met de hand werken, dus gingen we maaien met de zeis. Dat hebben we ook niet rond gekregen: toen we een stuk opgeschoten waren, stond het gras aan het begin alweer heel hoog. Op dat moment is Jef ons komen helpen met de klepelmaaier, iets wat ik eigenlijk niet wou, omdat het de grond verstoort. Maar soms moet je een compromis sluiten, in heel hoog gras kan je nu eenmaal geen peren plukken.
En plukken deden we. Het lijkt al lang geleden, intussen hebben we de derde oogst gehad. Van overal kwam er hulp dat eerste jaar: van een jeugdopvangcentrum in Sint-Pieters Rode, van kinderen uit de scholen van Holsbeek, … De eerste twee jaren hebben we ook zelf sap geperst bij Marc thuis, onder het afdak van een open schuur. Het zag er beetje uit als een oud Japans tafereel. We hadden een elektrische verhakselaar en moesten daarna met de hand persen. Marcs keuken was het kookcentrum. We maakten allerlei gemengde sappen want peer alleen is te zoet en bewaart slecht omdat er te weinig zuur inzit. Daarom ging ik op zoek naar zuurder fruit via goedgeplukt.be, een website waarop mensen die bomen hebben maar die niet geplukt krijgen fruit aanbieden, een heel mooi initiatief is dat. We mengden de peren met appels, met gember, met besjes.
Een wijze les van dat eerste jaar: pluk op tijd. Conference is een heel sterke soort, Doyenné iets delicater. Conference wordt in de gangbare landbouw hard geplukt en dan onmiddellijk in koelcellen bewaard, wat enorm veel energie kost. Als je geen koelcellen gebruikt, is de bewaartijd kort. Het Agentschap voor Landbouw geeft het sein: nu kan je beginnen plukken, het suikergehalte is goed. Maar dat eerste jaar dacht ik: och, dat is niet voor mij, dat is voor mensen die aan supermarkten willen verkopen, ik hoef me daar niet aan te houden. We hebben toen wel een gedeelte geplukt, maar voor de rest gingen we ervan uit dat mensen altijd nog konden komen plukken. Maar peren zijn in een paar weken tijd allemaal rijp. Er kwamen massaal veel Atalanta-vlinders op af, die zijn dol zijn op zoete peren. Op korte tijd vielen ze allemaal af.’
Een oceaan van kersen
‘Vorig jaar overleed Jef, aan keelkanker, het ging heel snel. Wel meer landbouwers krijgen kanker. Toen werd al zijn land verkocht en heb ik nog een klein stukje grond bijgekocht met kersenbomen. Zo maakte ik de sprong naar kersen. Net zoals met de peren vroeg ik een aantal mensen om raad. De ene zei dat het niks zou worden, die kersen zouden vol Suzuki-vliegen en kersenvliegen zitten, en nee, kippen erbij halen zou ook niet werken. Een ander zei dat het kon meevallen en had een paar tips voor mensen aan wie ik kon verkopen, mensen die fruitleer maken bijvoorbeeld. Ik durfde alvast geen reclame voor mijn kersen te maken uit schrik dat ze vol wormen zouden zitten, maar tegelijk dacht ik: ik ga me toch niet zomaar laten doen, ik neem minstens voorzorgen. In een natuurlijke omgang met bomen, zonder bespuiten, zonder netten, betekent dat: vallen voor de Suzuki-vlieg ophangen, én voor de kersenvlieg. Het voorjaar was nat, daarna werd het zacht en mild, en er waren enorm veel kersen, een oceaan van kersen.
We zijn op tijd beginnen plukken, en uiteindelijk viel het wondergoed mee, er was heel weinig aantasting. Het moeilijkste was uiteindelijk de overvloed, wie konden we blij maken met al dat fruit? Want alles bij elkaar zijn het toch ook weer 120 bomen. We hebben heel veel mensen laten komen. Ik heb laten plukken tegen vrije bijdrage, heb kersen weggegeven aan instellingen, aan mensen uit de buurt, schoolkinderen. Ik heb op de duur bijna de spreeuwen uitgenodigd, want we kregen niet alles geplukt, maar ze zijn niet gekomen. Er zijn veel minder spreeuwen, ze hebben geen plek meer om rustig hun nesten te bouwen.
Die openplukdagen waren voor mij best een uitdaging, hoewel ik er ook blij van werd. Een groot contrast met de werkdagen alleen in alle stilte. Veel geloop, een wisselende opkomst, kinderen die in de bomen klommen, er viel er eens eentje uit. Over de vrije bijdragen denk ik achteraf: ik kan niet klagen, ik heb nu eenmaal gezegd vrij, maar enkele mensen bleken kersen doorverkocht te hebben, wat ik een beetje wrang vond.’
Verdienmodel?
‘Van de verkoop van alle kersen heb ik amper een extra professionele driepootladder kunnen kopen. Ik besloot dat ik het op deze manier niet zou volhouden. Tot nu toe heb ik geen structuur: geen onderneming, geen vzw of btw-nummer. Ik heb wel een landbouwnummer, maar sta geregistreerd als zogenaamde niet-actieve landbouwer. De ervaring van vorig jaar zette mij aan het denken: hoe kan ik het financieel wel haalbaar maken? Ik heb met veel liefde voor de bomen en het terrein keihard gewerkt en daar ook heel veel plezier aan beleefd, maar soms zit ik wel wat te krap.
Ik nam contact op met ‘Bio zoekt boer’ en had er een heel positief gesprek. Nu denk ik erover om een eenvrouwszaak te starten in bijberoep, hoewel het ook betekent dat ik een administratief kluwen moet doorworstelen. Al kreeg ik daar eerder sowieso ook al mee te maken. Ik moest bijvoorbeeld in detail aangeven wat ik met mijn landbouwgrond doe en een mestbank-aangifte invullen. Die laatste vulde ik de eerste keer niet in. Ik dacht: ik doe niks met mest en wil ook geen kunstmest. Waarop ik een boete kreeg. Er kwamen ook controleurs op een moment dat ik er niet was. Achteraf viel er een brief in de bus. Ze hadden gezien dat een paar halve rijtjes perenbomen plaats gemaakt hebben voor enkele rijen gemengde bessen. Een andere code, dus het areaal moest aangepast. Verder moet ik ook betalen voor de promotie voor Belgisch fruit, ongeacht of ik een zaak en verkoop heb. Dus als ik zo veel moet, kan ik misschien gewoon zeggen dat ik wél actief ben (lacht).’

Knopen doorhakken
‘Ik werk sinds lang in het volwassenenonderwijs, ik geef Nederlands aan anderstaligen. Als ik voor het statuut van zelfstandige ga, moet ik daarnaast 60% werken in mijn hoofdberoep, en er is ook nog de zorg voor ouders en kinderen. Ik ben me ervan bewust dat dat een pittige combinatie is. Met nieuwjaar hebben we een rondje gedaan met nieuwjaarswensen, ik zei: ik wil een eenvrouwszaak starten, en daarnaast wil ik ook een sabbatjaar (lacht). Ik zal een goed plan moeten uitwerken. Aan een eigen zaak zijn ook nadelen verbonden: tot nu toe hebben heel veel vrienden en kennissen geholpen. Maar zodra mijn zaak van start gaat, heet dat plots zwartwerk en mag het niet meer, terwijl ik het ook heel zinvol vind om mensen die ervaring te kunnen bieden. Ik kan daarvoor een vzw oprichten, maar dat lijkt me veel voor één vrouw, zelfs voor een ondernemende. Ik heb ook al overwogen om te stoppen met mijn hoofdbaan, ik deed het eerder al tijdelijk, recent nam ik nog onbetaald verlof. Maar dan heb ik behalve uit de boomgaard natuurlijk geen inkomen, wat een zekere mate van stress geeft. Dan wordt de zaak hoofdberoep en zijn er best wel wat sociale lasten. Omschakeling naar bio zorgt voor een Europese subsidie, maar dat is geen inkomen.’
Leven met de vragen
‘Liefst zou ik die geldkwestie helemaal schrappen, ik ervaar er een stuk afhankelijkheid in. Wat mij al sobere jaren opgeleverd heeft (lacht), om het zacht uit te drukken. Gelukkig zijn de kinderen nu ongeveer voorbij het stadium van studeren op mama’s en papa’s kosten. Je kan natuurlijk zeggen dat ik ook afhankelijk ben van mijn werkgever, de Vlaamse overheid. Die geeft me een salaris en ik moet allerlei leerplannen volgen. Als ik die baan opgeef en me als zelfstandige vestig, ontstaat er weer een andere afhankelijkheid, namelijk van het inkomen van mijn partner. Ik woon ook in zijn huis. Dat schept een spanningsveld. Tegelijk is het beeld van de sterke vrouw die op alle vlakken haar eigen boontjes dopt misschien ook wel een cliché. Hoe dan ook is het duidelijk dat ik me voorbij de initiële fase en op een kantelpunt bevind wat de structuur betreft, maar dat zal die boomgaard natuurlijk worst wezen. Die gaat gewoon door.
Ik heb wel zin om aan een nieuw hoofdstuk te beginnen en kan best leven met de vragen die er nu zijn. Ik heb daar niet zo veel stress over en vertrouw erop dat er genoeg mensen zijn die hulp kunnen bieden als ik iets niet weet. Ik heb een goed netwerk en ook geen schroom om vragen te stellen. Wel hoop ik dat ik mijn blik helder kan houden en niet verstrikt raak in regeltjes. En dat ik erin slaag een zekere traagheid te bewaren, ik heb daar behoefte aan. De structuren zijn niet gemaakt op de maat van traagheid. Iets een paar dagen per week doen en meer niet, de tijd nemen, dat hoort haast niet. Terwijl de boomgaard dwingt tot traagheid, geduld. De kastanjes die we geplant hebben, bijvoorbeeld, zijn een pink dik en geven pas over tien jaar oogst. Er zijn ook variëteiten bij die beter bestand zijn tegen wisselende klimaatomstandigheden. Een zaak starten over enkele maanden, dat is korte termijn, terwijl een boom een kwestie is van lange-termijndenken. Veel bomen zijn voor de kinderen, voor de volgende generatie. Eigenlijk zijn mijn zorgen relatief klein.’
Een alternatief tonen
‘Centraal staat voor mij dat ik een alternatief kan tonen voor waar wij ons eten vandaan halen, hoe we het kweken, hoe het groeit. Dat dat anders kan. Terugdenkend aan mijn kersen: zelfs in de biolandbouw wordt daarvoor een uitzondering gemaakt. Je mag kersen besproeien met middelen die eigenlijk verboden zijn binnen de bio-landbouw, wegens de dreiging van de Suzuki-vlieg. Ik vind het in dat opzicht belangrijk om te tonen: kijk, het kan wel zonder. Ik heb intussen ook winterperen geplant: die kunnen lang aan de boom blijven hangen en je kan ze goed bewaren zonder dure koeling.
Ik wil dat graag ook wat uitdragen in de nabije omgeving van de boomgaard. Er is al heel veel tijd gegaan naar het opbouwen van de relaties met de buren en de buurt. Ik was er nieuw, misschien was ik voor hen ‘eentje uit de stad’, ook al ben ik oorspronkelijk niet afkomstig uit Leuven. Ik probeer een gemeenschappelijke deler te vinden met de buurt, hoe kunnen we met elkaar praten. Ik heb heggen geplant, om overwaaiende gifstoffen tegen te houden, om een plek te bieden aan dieren, omwille van bessen en bloesems, maar het is niet mijn bedoeling om in een cocon of op een eilandje te gaan zitten.’
Vrouw in de landbouw
‘Het eerste jaar hielden we een groot oogstfeest waar ook heel wat buren op af kwamen. Landbouwers, oudere mannen, wat als een groot cliché klinkt, maar het is ook een cliché. Ik ben dan ‘da meiske’, of ‘da madammeke’. Een vrouw zijn in de landbouw is niet vanzelfsprekend. Wanneer ik alleen ben, kijken mensen naar mij, maar zodra er een man in de buurt is, dan lijkt het plots alsof ik er niet meer ben, ook al heb ik de bestelling gedaan, het contact gelegd, de mail gestuurd. Dan gaat de aandacht alleen nog naar de man die erbij is en die misschien nergens wat vanaf weet, maar hij is een man. Confronterend is dat.
Aan het begin van het jaar ging ik langs bij een aantal buren. Met een fles sap, en nieuwjaarswensen, zo gaat dat, en dan komt de vraag of ik niet iets sterkers te bieden heb dan sap. Mijn buren beneden, twee broers, hebben ook koeien. Er had net nog een koe gekalfd toen ik heb bezocht, ik vroeg of ik eens mocht kijken. Die kalfjes komen nooit bij hun moeder. Durf ik dat dan aan te kaarten bij die twee heel aardige mannen die heel veel kennis hebben over hun land en het goed bedoelen? Op zulke momenten weet ik niet hoe ik een brug kan bouwen, terwijl het me wel ter harte gaat. Ik ben opgegroeid in een dorp, daar waren ook keuterboeren die koeien hadden en daar hing dezelfde geur, een beetje een geur van armoede. Het huis van mijn buren ziet er vervallen uit, ze lijken klem te zitten, zich in een crisis te bevinden. Tegelijk zie ik er een enorme tractor in de schuur staan.
Mijn boomgaard geeft mij persoonlijk een grote voldoening, optimisme en hoop, maar voor de landbouw in het algemeen is dat maar een druppel. Er is een veel grotere hefboom nodig waar ik de moed, de kracht en de kennis niet voor heb. Mijn buren vormen een uitdaging. Vorig jaar zaten er kieviten op de akker schuin achter de boomgaard. Die wordt dan geploegd net voor de jongen uitkomen. Dit jaar waren er geen kieviten. Hoe kan ik daarover de communicatie aangaan? Ik zal het er eens met een specialist terzake over moeten hebben. En tot dan proberen onze banden goed te houden.
Maar geen leven zonder hoop, al is dat een cliché. Ik ervaar mijn project als heel hoopvol. Het zit ook in de naam. Die kwam toevallig toen ik een keer bij Jef Peer was met een Franstalige vriendin. We zochten een naam en zij zei: waarom noem je het niet Saar Poire? Dat vond ik maar niks, mijn naam hoefde er niet in. Of S-Poire? Die woordspeling vond ik wel mooi. S-Poire dus. Ik heb door mijn project zelf meer ruimte gekregen, het is mijn plek geworden. In dat opzicht is het juist dat ik het terrein in mijn eentje gekocht heb.’
Een staartje …
Het gesprek met Saar hielden we begin januari in Leuven, gezellig warm binnen. We spraken af om elkaar opnieuw te zien in de lente, liefst bij de bloesemende bomen, want een verhaal met foto’s van een kale winterse boomgaard erbij, dat vonden we toch maar niks.
Begin april: we fietsen samen vanaf het station van Leuven naar Holsbeek. Het is bewolkt en kil, maar terwijl we door de boomgaard stappen komt er net genoeg zon om de sfeer van de bloesems op de foto te krijgen. Saar vertelt over haar verdere plannen: ze is net één dag zelfstandige in bijberoep en blijft haar betaalde job aanhouden, ook al belooft het pittig te worden. Biocertificering en controle op de voedselveiligheid komen op haar af, met de nodige administratieve hordes en onduidelijkheid. Ze voerde fijne gesprekken met collega’s bioboeren, vond een afnemer voor kersen, versierde een stageplek om verder bij te leren en heeft allerlei ideeën ‘die geen geld opbrengen’. Er blijft een randje onzekerheid zitten – ‘het is niet dat ik hiervoor in de wieg gelegd ben of zo’ – en de vraag hoe de materieel-zakelijke bedrijfskant te verzoenen met meer spirituele en idealistische waarden. Tegelijk maken haar enthousiasme en aanstekelijke lach meer dan duidelijk dat bezig zijn met wat ze ziet als één van de mogelijke toekomstwegen voor de landbouw haar hopen energie geeft.
Je kan dit artikel gratis lezen. We bieden jou de inhoud graag aan en willen ook in de toekomst geen betaalmuren invoeren. Je kan ons helpen verder schrijven door een eenmalige of herhaalde gift via Petje Af. Alle beetjes helpen, dankjewel!
