‘Weg van het systeem’ – Kris Peeters

Om elke verwarring met de - intussen minder prominente - politicus te vermijden noemt hij zich 'de andere Kris Peeters' en voor de grap ook wel 'de echte Kris Peeters'. Zijn specialisme is mobiliteit, bij uitbreiding ruimtelijke ordening. Onvermoeibaar schrijft hij spitse artikels op zijn persoonlijke blog over hoe openbare ruimte in onze contreien zowat altijd wordt gedacht en ingericht in functie van autogebruik. Maar hij is ook van andere markten thuis en greep de viruslockdowns aan om een breder georiënteerd 'systeemboek' te schrijven.

 

‘Weg van het systeem’ opent met een korte recapitulatie van wat we op wereldvlak de afgelopen 20 jaar zoal voor de kiezen kregen. Besluit: we kunnen de scenarist van de 21e eeuw in elk geval niet verwijten dat de spanningsboog verslapt. We zijn terechtgekomen in een aaneenschakeling van crisissen: de sociale crisis die het eind van de 20e eeuw markeerde werd gevolgd door olie-oorlogen, vlagen van terrorisme, een bankencrisis, een eurocrisis, enkele vluchtelingencrisissen, een ecologische crisis en tot slot een gezondheidscrisis. Meer en meer is er ook sprake van een democratisch deficit. Volgens Kris Peeters kunnen één, twee of hooguit drie crisissen te wijten zijn aan omstandigheden. Daarna dringt de vraag zich op of we niet eerder moeten spreken van een crisissysteem, dus een systeem dat crisissen genereert. Met andere woorden: het systeem heeft geen probleem, het is zélf het probleem.

Met systeem wordt hier bedoeld: het neoliberale kapitalisme zoals dat vanaf de jaren ’80 in heel de organisatie van de samenleving is doorgedrongen. De auteur haalt er de Red Queen-hypothese bij, genoemd naar de Rode Koningin uit ‘Alice in Wonderland’, wiens motto is dat je moet rennen zo hard als je kan om minstens op dezelfde plek te blijven. Vertaald in economische termen: alsmaar meer schaarse grondstoffen ontginnen, alsmaar weer de procenten groei halen want we moeten onze concurrentiepositie vrijwaren etc. Tijdens de corona-lockdowns deden we een aantal pijnlijke vaststellingen. Eén: vertragen in een neoliberale economie is eigenlijk geen optie. Twee: zo lang alles goed gaat, zijn grote bedrijven voorstander van een slanke overheid en worden de wetten van de vrije markt als een soort onontkoombare natuurwetten vooruitgeschoven, maar zodra er een crisis opduikt, kloppen ze als eerste bij diezelfde overheid aan en verwachten dan compensaties en subsidies. Drie: toen de nood het hoogst was, was de vrije markt niet in staat om een eenvoudig product als mondmaskers te leveren en moest iedereen met enige elementaire naaikennis zelf aan het werk. Vier: binnen dit hele systeem is de ethiek zoekgeraakt.

Er is een taboe ontstaan op morele vragen. De vraag of we bijvoorbeeld allemaal een auto moeten bezitten om te kunnen functioneren kan niet worden gesteld. Er wordt van ons verwacht dat we die auto kopen om de economie te laten draaien. Ook vragen over extreme ongelijkheid worden snel afgewenteld. Dat armoede een probleem is, kan iedereen wel onderkennen, maar dat extreme rijkdom dat net zo goed is, wordt buiten het plaatje gehouden. Dan luidt het dat het ondernemerschap van de gegoeden en het trickle-down-effect welvaart voor iedereen creëren. Of dat we het alles bij elkaar nog nooit zo goed hebben gehad als je bepaalde parameters bekijkt.  Kris Peeters pleit voor een economie van het genoeg, waarbij consumptiedrang wordt beteugeld, de overheid sterk inzet op het leveren van basisgoederen als mobiliteit en onderwijs en er opnieuw aandacht is voor waarden als deugdzaamheid. Hij roept op om niet – zoals na de bankencrisis van 2008 – het systeem op te lappen, maar het momentum aan te grijpen om het inherent problematische van blijvende groei bespreekbaar te maken en vorm te geven aan een economie die uitgaat van menselijke en maatschappelijke behoeften, eerder dan mensen te reduceren tot werknemers en consumenten en hen in functie van de economie te bekijken.

Behalve de Rode Koningin duiken in ‘Weg van het systeem’ nog meer sprekende beelden op die met regelmaat terugkeren. Dat van de zwarte zwanen bijvoorbeeld: een concept ontleend aan Nessim Nicholas Taleb. Zwarte zwanen zijn hoogst onwaarschijnlijke gebeurtenissen, die – wanneer ze effectief gebeuren – een enorme impact hebben. Denk: de Twin Towers, corona. Zulke zwarte zwanen komen in toenemende mate voor. We zijn nauwelijks in staat ze te voorspellen, we kunnen alleen zo goed mogelijk proberen te anticiperen. Extra lastig is de complexiteit van onze wereld, waardoor ingrijpen op één probleem een nefast effect heeft voor een ander probleem. Dit worden ‘wicked problems’ genoemd. Zeg maar: het probleem van de hoge energiefacturen aanpakken door subsidies te geven voor het gebruik van fossiele brandstoffen, terwijl we daar net van weg willen.

Verder verwijst Kris Peeters meermaals naar het feit dat ‘de meeste mensen deugen’, in lijn met de bevindingen van Rutger Bregman. Mensen houden van mensen, mensen hebben mensen nodig, mensen zijn in staat tot solidariteit, dat bleek in het begin van de coronacrisis, bij de overstromingen vorige zomer, en nu er alweer een nieuwe vluchtelingencrisis is ontstaan. De meeste mensen willen een schonere, meer rechtvaardige en vredevolle wereld. De auteur begeeft zich ook even in het kluwen van politieke correctheid en woke-ness. Hij concludeert: ‘het goede is verdacht geworden, het slechte een blijk van realisme. Daardoor moet niet langer wie het slechte doet zich verantwoorden, wel wie het goede doet.’

In de laatste hoofdstukken reikt Kris Peeters handvatten aan: hoe zou een prettiger woon- en werkomgeving er kunnen uitzien? De ervaring die we de afgelopen jaren opdeden met telewerken, onze leefomgeving herontdekken, de natuur opzoeken en ons gedrag buitenshuis aanpassen kan een aanzet geven om de openbare ruimte te hertekenen. ‘Onthekken’ zou daarbij al een mooi begin zijn. Tot slot  heeft hij het ook nog over het concept ‘vloeibaarheid’. Onze samenleving wordt vaak als vloeibaar, lees onvast en hoogst veranderlijk, gekwalificeerd. Denk maar aan de snelheid waarmee ‘holebi’ ‘LGBT’ werd, daarna LGBTQ en er nog steeds letters bijkrijgt. Voor de ene kunnen veranderingen niet snel genoeg gaan, terwijl een ander niet meer kan volgen en afhaakt. Terwijl het ook mogelijk is om een minimaal kader te scheppen waarbij wederzijds respect de basis vormt en waarbij ook wordt gekeken naar wat we uit het verleden willen behouden. Een kwestie van enige vastigheid te creëren te midden van de vloeibaarheid. 

Het moge duidelijk zijn: ‘Weg van het systeem’ laat zich niet zomaar samenvatten. Het leest erg gecondenseerd: citaten en verwijzingen volgen elkaar in sneltempo op. Aan de ene kant werkt dat prikkelend, anderzijds kan je het boek best twee keer achter elkaar lezen om helemaal ‘mee’ te zijn. Kris Peeters heeft niet beknibbeld op research en put uit een rijke belezenheid, getuige de bladzijden lange literatuurlijst aan het einde van het boek. Hij beschikt ook over een heel vaardige vinger om op pijnpunten te wijzen en spaart politiek links noch rechts in zijn kritische analyses. Toch een minpuntje: de schrijfstijl is vaak te machtig, op de duur worden de voortdurende woordspelletjes – pun always intended – vermoeiend. Waar ze in een korte column de punch erin houden, passen ze minder goed in een lange tekst. Maar laat dat vooral geen reden zijn om weg te lopen van ‘Weg van het systeem’.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.